Travel by bike in A’dam – part two

Daar ging ik dan de markt op, hangslot kopen voor m’n nieuwe fiets. Nu kan hem niks meer gebeuren dacht ik nog. Paar maanden later: fiets weg. Je kent dat gevoel misschien wel; nog 5 keer heen en weer lopen of hij er echt, echt niet staat.
Misschien is hij verplaatst? Misschien had ik hem toch ergens anders neer gezet?

Nee, na die 5 keer blijft mijn paroolfietsje nog steeds pleitte. Hoe moeizaam je ook fietste, hoe moet ik nou zonder jou die half uur naar school fietsen? Zo’n fiets wordt toch je buddy trough life. Sort off. De tram mag misschien lekker lui zijn, ik hou toch echt van fietsen.

Op zoek naar een nieuwe fiets. Paar weken erna vind ik er een op marktplaats. Ik bel aan en een student doet open. ‘Jij kwam voor de fiets?’ ‘Ja!’ zeg ik enthousiast. Nog net niet denk ik: ‘wat ben ik toch zelf-stan-dig!’ Hij twijfelt bij het zien van mijn enthousiasme. ‘Fiets er eerst maar eens op en zeg dan wat je er van vindt’ mompelt hij.

‘Hij fietst fantastisch!’ Hij kijkt me aan alsof ik gek ben. ‘Okee, volgens mij zit er een slag in het voorwiel maar verder is het toch niet zo erg?’ ‘Nee, nee inderdaad! Je wilt hem dus?’

Na een minuut ben ik trots de eigenaar van mijn eerste zelfgekochte Amsterdamse fiets.

Na een paar dagen begrijp ik waarom hij zo twijfelde bij het zien van mijn net-de-lotterij-gewonnen-gezicht. Deze fiets is niet te harden. Maar ik trap rustig verder met in mijn hoofd de gedachte ‘goed voor mijn beenspieren!’.

Wanneer een vriendin en ik een avond naar Leidseplein gaan is er bij terugkomst alleen nog het (weer nieuw gekochte) hangslot te zien. Bungelend aan de fiets van mijn huisgenootje die verder zelf goed vaststaat aan een paal.

‘Had je hem niet aan de andere fiets vast gedaan?’ vraag ik nog, vol ongeloof starend naar het hangslot.

Even later ben ik over mijn fietsdrama heen. Die dief heeft iniedergeval de zwaarste fietsrit van zijn leven. Mag hij lekker zijn beenspieren gaan trainen.

Het probleem is nu dat ik een weerstand voel weer een nieuwe fiets te kopen. Een beetje een ‘het heeft toch geen zin’ kwestie.

What to do?

Familyquotes

a while back —– Mijn broertje van 8 heeft het over 72b8b1e15339dbc42912cc0e0cc37598gifkikkers.  ‘Ja en daarom als je een kikker kust wordt je licht pscygotisch en zie je een prins voor je.’ zegt mijn tante. Mijn broertje knikt ernstig en gaat door met zijn verhaal.

another time again —— We zitten in de keuken, alle gordijnen al dicht en horen wat tegen het raam slaan. Broertje van 8 again, ‘volgens mij zijn het regendruppels’. ‘Oehoeee! Jij bent een regendruppel in mijn mond!’ zing ik poëitsch. Papa: ‘Jij bent een aambei op mij.’ Okee?! Thanks dad. 

once upon a time —— Two sides of the familiy. 1. Mijn nicht (Lola) en oom. ‘Ik hou niet van de hele tijd van zitten of liggen.’ zegt m’n nicht. Oom: ‘Ik ben het wel met Lola eens.’ 2. Elsbeth (mijn moeder) en tante. Mama: ‘Ik zou hier wel een hangmat willen ‘ ‘Ik ben het wel met Elsbeth eens.’ zegt m’n tante.

Travel by bike in Amsterdam.

MY BIKE ADVENTURES – part one

Ik weet nog precies de eerste keer dat ik naar mijn nieuwe huisje in A’dam fietste. Ik kwam bij mijn tante vandaan die op het IJ woont. Ik had net van haar een fiets gekregen om lekker door Amsterdam te crossen. Het ij is trouwens een van de vele uithoeken van Amsterdam maar ik dacht ‘mij gaat dit gewoon lukken’. Zonder internet (toen nog) op mijn mobiel maar met de aanwijzingen van mijn tante stapte ik vol goede moed op mijn nieuwe verroeste, bijna uit elkaarvallende, fietsje.

– half uur en twee keer de weg vragen later

Dit is toch moeilijker dan ik dacht. Waarom lijken deze wegen zo op elkaar. Alles gaat in rondjes. En die grachten met al die verschrikkelijke bruggetjes. Bruggetje op, bruggetje af. Wat dachten ze 100 jaar geleden wel niet? Leg day in acient times. Help me. Iemand?

– uur, 5 keer de weg vragen en twee keer stukje met vriendelijke vreemdelingen mee fietsen later

Volgens mij ken ik dit. Ja, deze winkel ken ik.

… Zijn er daar niet meerdere van in deze kutstad.

– uur en kwartier later 

Ik haat mijn leven. En waarom fietst iedereen ZO HARD. Waarom? Iedereen haalt me in en laat me voelen als een omaatje met haar kapje, schoenen-met-met-voetzooltjes en kartonnen-doos-voor-boodschappen. Amsterdam zou zijn eigen fietsachtig team moeten hebben en mee moeten doen aan ‘the olympics’.

– anderhalf uur later

OMG. Ja. Willem de Zwijgerlaan – tramhalte. Ein-de-lijk. Praise the lord. Twee trappen op en half jankend met trillende benen sta ik dan in de huiskamer. Huisgenootje kijkt op ‘Hee, daar ben je eindelijk, heb nog geen boodschappen gedaan. Zou je die kunnen doen?’

HOU OP MET ME.

Indra over and out.